Vandaag is Bodie ingeslapen. Hij was negen jaar lang mijn hond en mijn maatje.
Let op: een lang en niet zo journalistiek maar persoonlijk verhaal!
In 2006 wilde ik een hond. Ik werkte als freelancer vanuit huis en omdat ik dat vrij saai en eenzaam vond, was gezelschap welkom. Wat ook meetelde was dat ik bijna 2 jaar single was en ik de zondagen toch wel erg lang vond duren. Ik paste op Chanel, de hond van Alex, een van mijn beste vrienden, maar dat was toch anders. Voor mijn 32e verjaardag gaf Alex mij dan ook een hondenvoerbak cadeau met de mededeling ‘We gaan een hond voor je uitzoeken!’

Een paar weken later waren we op weg naar een vrouw met een stichting die zwerfhonden uit Zuid-Europese landen opving. Op haar erf kwam de roedel ons direct tegemoet en sprong iedere hond tegen ons op ‘Neem mij!’. Even verderop zag ik een zwart-wit gevlekte hond lopen die zich niets van die drukte of bezoekers aantrok. Ik liep hem achterna en kwam in een keuken terecht waar een vrijwilliger de etensbakken aan het vullen was. De hond sprong steeds op het aanrecht, van het aanrecht op het keukenkastje daarboven en weer terug. De vrijwilliger riep wanhopig ‘Pipo, hou op!’ en probeerde hond bij de hondenbrokken weg te houden. Die hond wilde ik.
Toen Alex en ik Pipo twee weken later gingen halen, was hij weer niet bij de roedel. Even was ik bang dat hij door iemand anders was meegenomen maar hij was ergens achteraf gewoon een kuil aan het graven. Minding his own business. Op de achterbank van de auto stonk hij zo erg dat we die koude dag in november met alle raampjes open terug hebben gereden.

Onstuimig
Pipo’ kreeg natuurlijk meteen een andere naam: Bodie Beaudelaire, aka prins Beaudelaire, aka Bo. De eerste dagen waren wennen aan elkaar en liep Bodie verwonderd mijn wereld rond. Waarschijnlijk had hij nooit eerder een trap gezien want de eerste dagen sprong hij die op alsof hij een heuvel oprende. Ook standbeelden begreep hij niet, die moesten laag bij de grond, tijgerend benaderd worden. Na wat speurwerk bleek Bodie uit Kroatië te komen en belde ik met de Nederlandse vrouw die hem daar had opgevangen in haar asiel. Bodie was daar geweest vanaf zijn tweede tot zijn vijfde. Ze omschreef Bodie als ‘onstuimig, bij tijd en wijle een wildebras en een beetje onhandig’. Dat klopte, de eerste keer dat hij bij Alex en Robbert thuis kwam en hun hond Chanel zag, stoof hij een kwartier lang rondjes door hun woonkamer. Chanel keek vanuit haar mand met grote ogen perplex toe. Later liep hij in hun huis regelmatig glazen en zelfs hele vazen omver met af en toe wat waterschade als gevolg.
Waarschijnlijk had hij de eerste twee jaar op straat doorgebracht want geen vuilnisbak was veilig voor hem. Bodie was altijd op zoek naar eten. Regelmatig kwam ik thuis en lag de grond bezaaid met vuilnis of lege zakken brood en pasta als ik die vergeten was van het aanrecht weg te halen. Ook met het begrip salontafel had hij moeite. Alex had een lage tafel in de woonkamer en als we even niet oplette, lag Bodie daar gewoon op.
Paniek
Voor Bodie in huis kwam had ik wel eens paniekgedachten: wat als ik niet van de hond zou houden, of de hond niet van mij? Maar het ging vanzelf. Toen hij drie weken bij me was, dacht ik dat we wel voor de eerste keer naar het Euromastpark konden. Het was het einde van de middag en ik besloot om hem los te laten, kijken hoe het ging. We liepen lekker maar opeens waren we toch te ver van elkaar verwijderd. Ik was hem kwijt. Het begon te schemeren en al snel was het donker. Wanhopig ‘Bodie! Pipo! Bodie!’ roepend liep ik huilend door het park. Tot het verlossende telefoontje kwam, de buurvrouw had Bodie voor de deur opgevangen. Mijn hond was na drie weken gewoon zelf naar huis gelopen, vanaf een plek waar hij niet eerder geweest was. In de avondspits, over het Drooglever Fortuyn plein, een van de drukste verkeersknooppunten van Europa.
Er waren meer paniekmomenten. Bodie hield van het strand maar de eerste keren dat we er waren, wisten we nog niet dat je hem niet te vroeg bij de duinen los moest laten. Dan schoot hij zo het helmgras in, op een fanatieke konijnenjacht. Meestal zag ik na een kwartier ook de paniek in Alex zijn ogen als hij niet terugkwam. Dus na die paar keer besloten we dat hij pas los kon bij de vloedlijn. En nog moesten we hem dan in de gaten houden want hij liep zo zijn neus achterna, die konijnen bleven hem roepen. Als we hem eindelijk weer te pakken kregen, was hij altijd superblij ons weer te zien maar begreep niet waar we ons nou zo druk om maakten.
Altijd blij
Hij was ook altijd blij als ik weer thuiskwam. Of ik nou ’s nachts thuiskwam na een avond stappen of een kwartier boodschappen doen. Dan rende hij me tegemoet bij de deur en nam steevast een schoen van me mee terug naar zijn mand. Makkelijk als hij was, nam ik hem altijd mee naar vrienden, die ook graag op hem wilden passen. Bij Robert en Bert kroop hij tóch altijd op de designbank en ging dan altijd nét naast zijn kleedje liggen. Bij mijn moeder was het walhalla voor Bodie. Altijd non-stop koekjes; hij kwam na een logeerpartijtje meestal 2 kilo zwaarder terug. In de zomer lag hij uren te zonnen of was hij uren zoet met de kikkerjacht of kuilen graven in haar tuin.

Hij hield (net als de baas) enorm van autorijden. Bij het rammelende geluid van de autosleutels die ik uit mijn tas haalde, spitste hij zijn oren en liep direct op straat naar de auto. Hij had een aantrekkingskracht op bijna iedereen. Mensen op straat wilden vaak een praatje maken over hem hoe mooi ze hem vonden of begonnen gewoon spontaan naar hem te zwaaien. Naar hem, niet naar mij.
Toen ik buitenshuis ging werken, was het voor mij vanzelfsprekend dat hij meeging. Daardoor kreeg Bodie een grote schare fans. Eerst in bedrijfsverzamelgebouw de Machinist, waar hij ervoor zorgde dat Chrétienne over haar hondenangst heen kwam. En waar hij de weg naar de keuken feilloos wist te vinden omdat hij daar altijd vlees kreeg van de kok. Later in het Schieblock waar hij de 20 meter van de gang altijd sprintend aflegde, zo blij was hij dat ík ging werken! Hij werd goede vrienden met onze nieuwe kantoorgenoot Martin en de buren Joop, Els, Merie, Miriam en Wendy. Zijn eerste stop was altijd in hun studio, voor zijn ochtendkoekje. Ook met de lunch was hij altijd daar te vinden en zat dan netjes tussen iedereen aan tafel. Wendy maakte zich weleens zorgen en vroeg zich af of hij thuis wel genoeg te eten omdat hij altijd zo lief maar gulzig, zonder te bedelen, alles at wat zij hem gaf. Hij zei nooit nee. Onze laatste werkplek was de Westersingel, waar we met een clubje van onze gang twee jaar geleden heen verhuisde.
Honden gaan nooit dood
En ook in ons nieuwe huis en buurt had hij het naar zijn zin. Minder trappen, een lift, lieve buren die oppasten en buurhondje Sem. Tot een paar weken geleden ging hij trouw mee naar het werk. Hij had al artrose maar in maart bleek hij chronische bronchitis te hebben. Medicijnen hielden hem op de been maar hij kreeg het steeds minder comfortabel. Hij wilde de auto niet meer in. De uitlaatrondjes werden steeds korter. Hij ging steeds meer hijgen. De laatste dagen zakte hij steeds meer door zijn achterpoten en moest ik hem helpen op te staan. Ik hoopte dat hij in zijn slaap zou overlijden maar wist tegelijkertijd dat dat bij honden zelden gebeurt. Zoals Ernest Montague in zijn blog schrijft: ‘Dogs never die. They don’t know how to…They walk.’

Ik wist dat ik een beslissing moest nemen en dat viel me zwaar. Wanneer is het genoeg? Gelukkig bleek ik weer niet de enige en staat het internet vol met verhalen van mensen die in dezelfde situatie hadden gezeten. Maar ik was bang dat ik het te vroeg zou doen. Bodie werd nog steeds zo ontzettend blij van eten en koekjes. Hij poepte en plaste nog buiten maar zijn lijf wilde niet meer. Hij was op. Toen de dierenarts dat gister bevestigde, legde Bodie zijn kop op mijn voeten en leek te zuchten ‘my god woman, eindelijk’. Ik dacht dat ik er redelijk emotioneel beheerst mee om kon gaan maar heb een paar keer zo out of control gejankt. Vandaag is de dierenarts gekomen en is Bodie hier thuis heel rustig ingeslapen.
Bodie was mijn ticket naar buiten op saaie dagen, gaf simpele structuur in de wirwar van soms sombere gedachten. Geen getrippel meer van zijn pootjes om mij heen. Geen neus die tegen me aan duwt omdat hij aandacht wil. Geen vieze windjes meer. Geen Bodie meer die zich er per se tussen moet wringen als je lekker zit te zoenen met een date op de bank. Geen nachtelijke uitlaatrondjes meer na een avond uit. Nooit meer aankijken tegen zijn heen-en-weer zwiepende propellerstaart als hij voor me loopt. Niet meer van bed geduwd worden omdat hij meer ruimte nodig heeft. Nooit meer zijn eten maken. Nooit meer met hem kroelen, nooit meer aaien. Het voelt raar.
Dag allerliefste hond van de hele wereld, dag lief maatje ♥
Voor de hondenmensen: lees hier het blog ‘Dogs never die’. Waarschuwing: je gaat op zeker huilen!




