Tekstschrijver | Rotterdam
Blog

Balkon

(Kort verhaal)

‘Zeg, is die zoon van je nou nog steeds niet terug?’ Ook al had Saloua de vraag van de buurvrouw aan zien komen, ze schrikt er toch weer van. Saloua was het balkon opgestapt om na alle regen van de laatste tijd even wat zonneschijn op haar gezicht te voelen. Een klein beetje warmte. Ze voelt zich direct schuldig. Saloua kijkt naar de buurvrouw op het balkon naast haar en doet haar mond open, klaar om antwoord te geven.

De geur van Witte Reus vliegt langs haar neus. De buurvrouw heeft net de was opgehangen. Saloua kijkt naar het wasrek waar de bruine sokken van de buurman ingetogen wapperen. Naast de kanten bh en het rode slipje van de buurvrouw. Geen schaamte, ze heeft geen schaamte, denkt Saloua.

De buurvrouw heeft een chique glas in haar hand, terwijl ze met de andere hand een hijs van haar sigaret neemt. In het glas zit het lievelingsdrankje van de buurvrouw. Scroppino, zo weet Saloua. Iets met ijs, citroen, wijn en wodka. Volgens Saloua’s man is het een toetje, voor na de maaltijd. Maar de buurvrouw drinkt het ’s middags al. En niet een, maar een paar. Soms praat ze dan raar en zingt ze hard mee met muziek op de radio. ‘Ja, je weet toch, dat geeft me inspiratie’, zegt de buurvrouw dan. De buurvrouw had Saloua ook wel eens een scroppino aangeboden maar dat had ze beleefd afgeslagen.

De zoon van Saloua is nog steeds niet terug. Afgelopen weken zijn een verschrikking geweest. Nog steeds. Ze heeft niets van hem gehoord. Waarschijnlijk zit hij in Syrië zeggen ze. Om te vechten tegen het regime. Saloua weet ook niet waarom haar zoon het nodig vond om zich bij strijders in dat verre land te scharen. Hier leek alles toch goed te gaan. Met hem, met hun gezin.

Op tv vertellen mensen dat jongens zoals haar zoon naar Syrië gaan voor het geloof. Ze zijn boos om de afslachting van de bevolking, ze hebben het over genocide. Sommige jongens gaan volgens de mensen op tv en in de krant voor het avontuur.

Saloua probeert de berichten uit Syrië over het geweld, de kinderen, mannen en vrouwen die omkomen, te negeren. Ze wil dat de berichten aan haar voorbij glijden zoals de geur van Witte Reus aan haar neus voorbij glijdt. Ze wil dat haar zoon terugkomt. Gewoon terugkomt. Laatst werd bekend dat twee jongens nooit meer naar Nederland terugkomen. Ze zijn omgekomen in de strijd.

De zoon van de buurvrouw is ooit ook niet teruggekomen. Op een nacht had hij plotseling de auto gepakt en was zonder iets te zeggen weggereden. ‘Een botsing. Dat was het, punt uit’, had de buurvrouw later gezegd. Maar volgens Saloua’s zoon had de buurjongen de auto tegen een boom aangereden. Met wel 180 kilometer per uur. Expres.

‘Nee, hij is nog steeds niet terug’, zegt Saloua.
De buurvrouw trekt met haar mond. Het is net of ze lacht. Maar het is geen binnenpretje, zo weet Saloua.
‘Asjemenou’, zegt de buurvrouw terwijl ze naar iets in de verte kijkt, verder dan welk balkon ook. ‘Asjemenou.’

25 mei 2013

Noot voor de lezer:

Dit blog is tot stand gekomen met input van mijn volgers op twitter en facebook aan wie ik woorden ter inspiratie heb gevraagd. De woorden waarmee ik het moest doen waren: open, genocide, rood slipje, inspiratie, scharen, ja, punt, binnenpretje, boom, botsing, regen, zonneschijn, scroppino, asjemenou.