Tekstschrijver | Rotterdam
Blog

‘Ik hou gewoon van lekker eten’

Ton Stam in de tuin aan het eten
Het eten van boekweitmeelkoekjes, rauwe cranberry’s en licht opgebakken, onbespoten lijnzaadpitten is het allerhipste wat je nu kunt doen. Vergeten groenten, fruit van het seizoen en alles zo lokaal mogelijk geteeld, het kan niet sophisticateder. In de jaren 70 en 80 moest ik van mijn ouders onbespoten groente en fruit uit eigen volkstuin eten. Inclusief de beestjes.

Tijdens de lunch in ons creatieve verzamelgebouw vliegen de speltbroden van het Vlaamsch Broodhuis en rauwmelkse kazen van Marqt over tafel. Een gekoketteer van jewelste over wie het beste weet waar je je biodynamisch- en ecologisch verantwoord eten dient te halen. Met het veel gehoorde ‘Ja, ik hou gewoon van lekker eten’ als verantwoording. Lekker eten lijkt een religie met de fanatieke foodies als apostelen.

Soms breng ik voorzichtig in dat iedereen van lekker eten houdt maar dat ‘lekker’ voor iedereen iets anders betekent. Ik hoor zelden iemand zeggen ‘ik hou van vies eten’. Het antwoord is meestal dat écht niet iedereen van lekker eten houdt, heus. Want er zijn zat mensen die wekelijks patat met plofkip eten, en dat is niet lekker. Mijn lunchgenoten bedoelen natuurlijk dat niet iedereen van het eten houdt (of zich kan veroorloven) dat zij lekker vinden: het gezonde, verantwoorde, biologische eten uit de oprukkende eco- & eerlijke supermarkten en delicatessenzaken. Zo vers mogelijk.

In de jaren 70 en 80 hadden mijn ouders een volkstuin van zo’n 60 vierkante meter. Elk weekend fietsten we daar als gezin heen. Seizoen in, seizoen uit, 10 kilometer heen, 10 kilometer terug. Weer of geen weer. Met maniakale gedrevenheid zette mijn vader stellages van stokken in elkaar waar kilo’s tomaten, kapucijners en snijbonen aan groeiden. Verder bestond de tuin uit loopgraven met bloemkolen, boerenkool, bietjes en wortelen. Er was een klein lapje gras van zo’n 2 vierkante meter waar mijn broer en ik mochten spelen als we geen boontjes hoefden te oogsten. Langs de rand van het grasperkje had mijn moeder bloemen geplant, om de tuin ook een beetje gezellig te maken. Klaprozen en Vergeet-mij-nietjes.

Naast de bloemen stonden een paar fruitstruiken. Aardbeien, een bramenstruik en één jaar zelfs frambozen. Vanzelfsprekend aten wij alles uit eigen tuin. Het hele jaar door. In die tijd waren er nog geen uitgebreide receptensites met informatie hoe je kon variëren met groente. Moeders konden in die tijd dus nog niet zo goed koken als nu. Mijn ouders hadden wel ergens gehoord dat paardenbloemen erg gezond waren. Zo kwam het dus, dat wij een keer sla met paardenbloemstelen voorgeschoteld kregen. Paardenbloemen smaken erg bitter, zeker in combinatie met azijn als sladressing. Protesteren had geen zin, mijn moeder kneep gewoon mijn neus dicht, net zolang tot ik mijn mond wel open moest doen om te ademen. Vervolgens propte ze er een lepel sla in.

Toen mijn moeder een keer van huis was, experimenteerde mijn vader met linzensoep. Een plas opgewarmd water met handenvol harde korrels erin (gelukkig niet uit eigen tuin). Het kostte mijn broer en mij een uur om het op te eten, iets laten staan was natuurlijk uit den boze. Soms denk ik dat in deze periode mijn lichte afkeer voor verse groente is ontstaan, maar dit terzijde.

Na de weeë bietjes, bittere kool en zure sla, was het toetje altijd een zoet welkom. Tot op de fatale dag dat mijn broer en ik eens goed keken naar ons schaaltje met daarin de frambozen en bramen uit eigen tuin.

‘Er lopen beestjes in’, zei mijn broer.

‘Niet waar’, zei mijn moeder en pakte het bakje. ‘Ik zie niets. Gewoon opeten.’

Ik keek ook in het bakje. Uit de frambozen kropen kleine beestjes.

Ik gilde: ‘Er kruipen beestjes uit de frambozen!’

Mijn moeder verloor haar geduld. ‘Dan eet je alleen de bramen op. Of doe er yoghurt bij, dan zie je het niet.’

Mijn broer gilde: ‘Ik wil geen beestjes eten!’

Ik gilde mee.

Mijn vader kon het tafereel niet aan, liep kwaad weg en ging de composthoop schoffelen.

Tegenwoordig eet ik heus wel sla en zelfs linzen. ’s Lands grootste kruidenier heeft namelijk prima maaltijdsalades waarvan er één met de korrelige peulvruchten. Mijn lunchgenoten kijken me toch ietwat meewarig aan als ik aankom met mijn plastic bak groenvoer. Linzen zijn best lekker nu, maar vooral schoon en zonder beestjes. 

22 maart 2013