Als ik al die babyboomers zie, lekker rondstampend op de golfbaan of dobberend op hun zeilbootje, schijnbaar zorgeloos, krijg ik er ook direct zin in: mijn pensioen. Alhoewel de vooruitzichten niet rooskleurig zijn, lijkt het me toch heerlijk.
Samen met een vriend, die er ook zin in heeft, fantaseren we er vaak over. Als we oud zijn, kopen we met ons vriendenclubje een groot huis. De zorg kopen we zelf in, sterke verplegers die er ook nog eens aantrekkelijk uitzien. Ons oude oog wil ook wat. Na de ochtendkoffie trekken we meteen de wijn open voor een gezellig glaasje. Iedereen heeft natuurlijk wel zijn of haar eigen kamer. Die van mij is zeer waarschijnlijk een pijpenla. Als gemiddelde zzp’er heb ik immers geen vermogen opgebouwd.
Nadat ik ben gewassen door zo’n knappe verpleger – terwijl mijn vrienden naar een optreden van Tiësto gaan (’s middags uiteraard, ook de dj is dan oud) – moet ik aan het werk. Stukjes schrijven om wat te verdienen, ik heb immers ook geen pensioen opgebouwd. Onlangs kreeg ik trouwens wel een brief van het ABP dat mijn AOW en pensioen (ik heb bij mijn eerste werkgever meegedaan aan een flexpensioen) maandelijks € 1100 bedraagt. Ik vrees dat dat niet genoeg is voor het onderkomen, de ingekochte zorg en mijn wijnconsumptie tegen die tijd.
Het feit dat we er soms zo naar uitkijken, komt volgens onze zelfanalyse door de onzekerheid waar mijn vriend en ik beide mee te maken hebben. Begin jaren 00 kozen we, ondanks onze goede banen met vaste contracten, voor een veranderlijk bestaan. Hij werd ondernemer in Frankrijk en begon een restaurant, camping en B & B in Bretagne. Ik werd freelance journalist en tekstschrijver. Na de spreekwoordelijke eerste 7 vette jaren, ervaren we nu wat magere jaren. Hij moet het van het hoogseizoen, de zomer, hebben en genoeg verdienen voor een heel jaar. In de winter komt er geen hond in de regenachtige Bretonse binnenlanden. Ook ik moet genoeg opdrachten binnen halen om rond te kunnen komen. Beide merken we de crisis: de Fransen gaan minder uit eten en bij mij zijn de budgetten van opdrachtgevers geslonken.
Soms hebben we veel medelijden met onszelf en verzuchten we hoe moeilijk het is om na de zoveelste belastingaanslag toch weer door te gaan, wéér je schouders eronder te zetten. En roepen we dat we met pensioen willen. Omdat we denken dat die onzekerheid er dan niet meer is, kijk maar naar die genietende babyboomers!
Nu zijn die wisselende tijden iets waar ik al mijn hele leven aan gewend ben: opgegroeid in de kille jaren 80, volwassen geworden in de hedonistische jaren 90. Na de berichten over zure regen, Koude Oorlog , kernraketten, crisis en grote werkloosheid, volgden studeren, op jezelf wonen, internet, mobiele telefoons, dancemuziek en feesten. Maar we werkten ook hard voor ons geld én ons leven. Als reactie op die bedompte jaren 80, gaven we soms iets teveel uit in de zonnige jaren 90, waar de basis voor onze vriendschap is gelegd. We konden gerust een week leven op alleen brood met water omdat we iets te luxe voor onze leeftijd hadden gedaan in Thermen Vitalizee of met champagnefeestjes op het strand.
Misschien liggen de golfbanen er tegen die tijd dat wij oud zijn, verwaarloosd bij. En drijven de zeilboten afgebladderd rond. Omdat een paar honderdduizend zzp’rs van mijn generatie geen oudedagsvoorziening heeft. Toch maak ik me er geen zorgen over. We vinden wel een oplossing met z’n allen. We zijn gewend om de ene keer met meer, en de andere keer met minder te doen.
En ergens, in een groot of klein huis, trekken we na de ochtendkoffie gewoon een fles Aldi wijn open.
6 mei 2013


